In de drukte van deze donderdagse Nieuwmarkt is hij een alledaagse verschijning. Met zijn gitaar als een te zware boodschappentas in de hand sjokt hij richting een bankje naast de Waag. Onopvallend schuift hij tussen de terrasjes en toeristen door met de tred van een man die wel weet wat hij de hele dag gaat doen. Op dat desbetreffende bankje zitten totdat de nacht hem uit zijn dagdroom ontwaakt.

Iwan de indiaan. Iwan de verschrikkelijke of gewoon Iwan. Z’n cowboyhoed verbergt een gezicht vol groeven en z’n lange grijze bakkebaarden verklappen dat de tijd, waarin deze in de mode waren, zijn beste jaren moeten zijn geweest. Een deuntje spelen op z’n gitaar wil hij wel maar elk verzoekje wijst hij af met het excuus dat hij het niet kent. Dat het instrument nog maar één snaar heeft en meer lijkt te fungeren als plakboek is niet de reden. De plaatjes op de klankkast verraden het wilde leven dat Iwan moet hebben geleid. De tand des tijds heeft Iwan’s bruine ogen net zo behandeld als de verkleurde foto’s, een doffe laag verbloemd alle glans. “Ja, ik heb geleefd”, zegt hij zoals mannen van dit kaliber het zo heerlijk clichématig kunnen uitdrukken. De precieze belevenissen zijn niet aan de orde want hij weet niet eens meer wat hij allemaal heeft meegemaakt. Spijt heeft hij in ieder geval van geen enkele beslissing, zegt hij. Maar zomaar vertellen over zijn leven wil hij niet: “Er komen zo vaak mensen naar me toe. AT5, andere journalisten. “Die jongens kennen me allemaal”, zegt hij groots. “Maar echt naar m’n verhaal luisteren is er niet bij.” Hij heeft ze wel door, die journalisten en het is duidelijk dat hij zijn biografie niet leent voor entertainment. Want zijn verhaal, dat zou een heleboel mensen ontroeren. Zijn leven is net een film, verklapt hij me vanonder zijn hoed om mijn nieuwsgierigheid op te wekken.

Plots is zijn blik afgeleid als uit de verte een mogelijk nog sjofelere figuur komt aansjouwen. Van verre is te zien dat het bier hem vandaag al vroeg heeft gegrepen. Toch is het waarschijnlijker dat zijn wazige blik en onverzorgde uiterlijk het gevolg zijn van de jaren na Woodstock. Een tijd waarin hij ongetwijfeld dagelijks heeft geprobeerd het festival in zijn huiskamer na te bootsen. Iwan begroet hem met een ferme slag op de schouders en een handdruk tegen de borst, zoals rappers dat doen. Grappig dat de wereld met al z’n vooruitgang en nieuwe gebruiken volledig aan deze twee voorbij lijkt te zijn gegaan, maar dat de gangstergroet ze wel heeft bereikt. De begroeting lijkt daarom wat theatraal, niet hun stijl. Maar ik vermoed dat mijn aanwezigheid wellicht van invloed is op deze stoere omhelzing.

“Dit is m’n broertje” zegt Iwan, terwijl hij de gebogen schouders van zijn metgezel nog iets verder naar voren duwt. En, hoewel dat door grote uiterlijke verschillen nog wel een discussiepunt zou kunnen zijn, krijg ik het vermoeden dat ik er geen grappen over moet maken. “Deze mevrouw gaat mijn verhaal neerpennen.” Zegt hij, alsof hij me al jaren kent en me eindelijk heeft overgehaald. Blijkbaar ben ik geen journalist voor hem, wat een hele geruststelling is want dat wil ik ook niet zijn voor Iwan. De gezichtsuitdrukking van zijn ‘broer’ verraadt niet of hij content is met dit nieuws maar Iwan lijkt zijn zwijgen als een goedkeuring te ontvangen. Hun relatie beperkt zich duidelijk tot korte gesprekken en ik vermoed dat de stille Iwan nog het hoogste woord voert. Het moet mooi zijn om samen zo te kunnen zwijgen.

Iwan staart naar de straat alwaar een kapotte scooter alle terrasjes opschrikt met z’n kabaal. Hij geeft geen kick. Zijn stoïcijnse houding is niet gespeeld, hij is werkelijk niet heel ontvankelijk voor prikkels uit de echte wereld. Z´n gedachten lijken ontdaan van een mening of een visie en ik begin erg benieuwd te raken naar de oorzaak van zijn misère. Het is duidelijk dat verdovende middelen een straatmuzikant van hem hebben gemaakt, maar de dofheid in zijn ogen komt ergens anders vandaan. Alhoewel, muzikant. Ik betwijfel of de snaren er door intensief gebruik af zijn gevallen. Kijkende naar de foto’s zal dit ook het werk van de tijd zijn. Zelfs bij het Leger des Heils zouden ze hem wel van een functioneler instrument kunnen voorzien als hij daarmee zijn centen kan verdienen, hij is geen muzikant en de gitaar is geen instrument. Er is meer aan de hand en zijn mooie woorden ‘Ik heb geleefd’ zijn in tegenstelling tot een boel andere dingen die Iwan beweert geen grootspraak.

“Ja”, zegt hij wijzend op een foto op zijn gitaar waar ik gebiologeerd naar kijk, “Dit is mijn dochter”. Z’n ogen lichten op en zo lijkt de verregende foto van een knappe donkerharige vrouw zijn laatste houvast te zijn aan de werkelijkheid. “Ze woont in Canada. Net als ik vroeger. Daarom zie ik haar weinig.” Dat hij hiermee waarschijnlijk nooit bedoeld snapt zelfs Ozzy Osbourne naast hem. En deze geeft hem dan ook een goeie klap op de schouder terwijl hij duidelijk probeert te verhullen dat het een bemoedigend gebaar is. De opmerking beantwoordt mijn vraag en activeert de journalist in mij, maar ik hou me in. Ik wil me aan mijn woord houden en heb nu geen pen. Dit verhaal is voor later, als ik zijn geschiedenis echt opschrijven kan.

Als ik opsta de volgende dag opsta ben ik brak. Natuurlijk. Ik was jarig en heb gefeest. Ik denk terug aan de vorige avond. Mijn verjaardag, een feest, te veel bier en goede gesprekken, lange gesprekken. Ohja, met Iwan, aan het begin van de avond. Fascinerend was het. Volgens mij heb ik iets met hem afgesproken. Niet echt een plaats en tijd maar meer een ‘ooit’.

Dat hoeft dus niet vandaag te zijn. Maar gewoon als ik hem weer tegenkom. Nuchter en als ik een pen bij me heb.

Het duurt lang voordat ik Iwan weer zie.  Ik fiets door de stad en hij zit op bankjes. Hij staart voor zich uit en wacht tot de nacht hem weer wat dronken studenten brengt om mee te praten. Denk ik. Het duurt nog langer voordat hij mij weer ziet, of eigenlijk gebeurt dit nooit. Dus ik fiets door. Ik troost me met de gedachte dat Iwan het zelf ook vast soort van vergeten is, dat iemand z’n verhaal zou opschrijven.

Zo blijft Iwan gewoon Iwan, welk verhaal er ook achter hem schuilt. Alleen die ene snaar, die maar op zijn gitaar blijft zitten, is zijn laatste houvast aan een leven dat geleefd is.

Dag Iwan.

 

 

Advertisements