Hij had het allemaal opgeschreven. De dagen dat de post niet was gekomen. Dat de trein vertraging had. Hoe laat hij elke dag thuis was. Het was een hobby, onschuldig. De details waren belangrijk voor hem. Weinig mensen begrepen het. Zijn vrouw ‘had er mee leren leven’ zoals ze altijd zei. Zijn kinderen negeerden zijn obsessie gewoon. Daar had hij dan weer mee leren leven.

Het begon met een paar schriften per jaar. Maar, zeker toen hij met pensioen ging, werden dat er steeds meer. Zijn boekenkast werd met steeds meer details gevuld. Praten over zijn hobby deed hij weinig. Stiekem was hij best trots op zijn werk, maar het delen met de buitenwereld vond hij moeilijk. Omdat hij dacht dat niemand hem begreep. Verbaal was hij ook gewoon niet zo sterk. Juist daarom schreef hij alles op.

Hij zou zijn hobby wel willen delen en hij zou er waarschijnlijk uren over kunnen praten. Maar ja, het was zo moeilijk uit te leggen. “Wat schrijf je toch allemaal op?” Vroegen zijn vrienden. Of: “Wanneer komt the best of een keer uit?” Hij stuitte vaak op onbegrip maar dat deerde hem niet. Het was zijn hobby. Ieder zijn ding toch?

Toen zijn vrouw daarom ook ineens voor hem stond om te vertellen dat ze er eigenlijk niet zo’n zin meer in had was hij dan ook best verbaasd. Ze had er immers al 32 jaar 4 maanden en 2 dagen geen last van gehad. En toen, zomaar, op die koude dinsdagavond, was het dus ineens genoeg. Het paste niet in het patroon, maar dat gebeurde wel vaker. Daarom schreef hij het allemaal op, om vast te houden aan de orde.

Ze zei eigenlijk niet veel. “Ik kan er niet meer tegen.” Zei ze. Zes woorden. “Waartegen?” Vroeg hij. “Tegen jouw ‘hobby’”, zei ze. Ze sprak het een beetje spottend uit: “hob-by”. Dat had hij heus wel door. “Oh”, zei hij. Meer kon hij er ook eigenlijk niet van maken. Hij wilde wel van alles zeggen, maar hij had geen idee wat. Hij wilde een paar oude schriften raadplegen want daar stond de verbale wijsheid in die hem nu ontbrak. “Die schriften eruit of ik.” Zei ze ineens. Dat opzoeken ging dus niet door, dacht hij. Ineens stond hij voor een beslissing. Een hele moeilijke. Hij zou niet weten wat hij moest zonder zijn vrouw. Maar zonder zijn schriften was alle orde verdwenen. Een lichte paniek maakte zich van hem meester.

Het was duidelijk dat hij nu aan zet was om wat te zeggen. “Mag ik er over nadenken, liefste?” Was alles wat hij kon bedenken. Dit viel niet zo goed. Hij zag het aan haar ogen. “Als je hier over na moet denken”, zei ze kil. “Dan heb je volgens mij je beslissing al gemaakt.” Dit was niet waar. Maar een discussie leek er op dit punt niet echt in te zitten. Hij legde zijn schrift neer en keek zijn vrouw verdrietig aan. Voor haar deed hij uiteindelijk alles. “Ik wil je niet kwijt”, zei hij. “Maak dan de juiste keuze”, zei ze en liep weer terug naar de keuken.

Die avond stond er niks op tafel. Hij wilde het opschrijven maar moest zich inhouden. Na een tijdje stond hij op en liep naar de keuken om te kijken waar zijn vrouw was. Ze was er niet. Hij liep naar boven, naar de kelder en keek zelfs in de tuin. Ze was verdwenen. Hij voelde zich leeg en verslagen. Hij had nog niet eens een beslissing gemaakt. Hij boog zich over het aanrecht en zag toen het briefje. ‘Ik ben naar mijn zus en kom pas terug als jij of je schriften zijn verdwenen.’

In zijn studeerkamer ging hij eerst staan en daarna maar zitten voor de enorme boekenkast. De kast die alles herbergde waar hij in het leven over na had gedacht. Hoe kon hij dit weggooien? Hij zocht in zijn hoofd naar een oplossing maar kon niks vinden. Voor dit soort problemen keek hij altijd in zijn schriften. Hij wist wat hij moest doen. Wat zijn vrouw wilde dat hij deed. Het deed pijn. Dit is het afscheid dacht hij. Hij had niet gedacht dat dit moment ooit zou komen. Zo voelt dat dus.

Nu ze er toch niet was kon hij nog wel een keertje bladeren. Nog één keertje naar zijn levenswerk kijken. Daarna zou hij alles in dozen stoppen. Hij zou haar bellen om terug te komen. Dan kon ze hem gelijk helpen de dozen naar beneden te tillen. Dan wist ze ook zeker dat hij het meende. Hij wist dat hij bij zijn vrouw niet met ‘ik doe het morgen’ moest aankomen. Zeker nu niet.

 

1996
Dinsdag 23 maart, 17:56.
Duivendrecht – Woerden: 5 minuten vertraging.
5 minuten later thuis.
5 minuten minder thuis.
5 minuten minder bij haar.

2002
Vrijdag 8 september, 13:05.
Post op tijd bezorgd.
De eerste keer deze maand.
3 uitnodigingen.
3 keer die glimlach.

Zondag 27 januari 2014, 21:09.
Geen avondeten.
Eerste keer sinds 7 maart 2005.
30 jaar samen.
Al 30 jaar geen zorgen meer.

“Nou, laten we maar gelijk beginnen.” Zei zijn vrouw terwijl ze haar mouwen opstroopte. Hij had afscheid genomen van zijn werk, haar gebeld en ze was teruggekomen. Het was duidelijk dat dit voor haar een opluchting was. Dat zag hij in haar ogen. Ze had besloten dat dit beter was voor hem en voor haar. En meestal had ze wel gelijk, dat begreep hij na al die jaren huwelijk wel.

De steile trap maakte het tillen een lastig karwei. Het was dan ook geen verassing dat zijn vrouw na doos drie de laatste tree miste en languit op de vloer belandde. Hij liet alles uit zijn handen vallen en probeerde wanhopig de bloederige wond op haar voorhoofd te stelpen.

Hij tilde haar naar de bank en liet haar daar met een glaasje water even bijkomen terwijl hij de verbanddoos ging zoeken. Waar lag dat ding ook alweer? Dit soort dingen deed zij altijd.

Toen hij weer benden kwam stond zijn vrouw huilend op. Ze viel hem om zijn nek en het leek een eeuwigheid te duren voordat ze weer losliet. Een zware hersenschudding, het kon niet anders, dacht hij terwijl hij haar stevig vasthield. “Laten we je schriften maar weer naar boven brengen.” Zei ze snikkend. Hij begreep er niks van, het ging niet goed met haar.

Op tafel lagen een paar bebloede blaadjes uit het schrift dat hij tegen haar hoofd had geduwd. De tekst was nog duidelijk leesbaar.

 

 

Advertisements