Search

carlotiscontent

Awkward content

Month

May 2016

Cliché column

In de drukte van deze donderdagse Nieuwmarkt is hij een alledaagse verschijning. Met zijn gitaar als een te zware boodschappentas in de hand sjokt hij richting een bankje naast de Waag. Onopvallend schuift hij tussen de terrasjes en toeristen door met de tred van een man die wel weet wat hij de hele dag gaat doen. Op dat desbetreffende bankje zitten totdat de nacht hem uit zijn dagdroom ontwaakt.

Iwan de indiaan. Iwan de verschrikkelijke of gewoon Iwan. Z’n cowboyhoed verbergt een gezicht vol groeven en z’n lange grijze bakkebaarden verklappen dat de tijd, waarin deze in de mode waren, zijn beste jaren moeten zijn geweest. Een deuntje spelen op z’n gitaar wil hij wel maar elk verzoekje wijst hij af met het excuus dat hij het niet kent. Dat het instrument nog maar één snaar heeft en meer lijkt te fungeren als plakboek is niet de reden. De plaatjes op de klankkast verraden het wilde leven dat Iwan moet hebben geleid. De tand des tijds heeft Iwan’s bruine ogen net zo behandeld als de verkleurde foto’s, een doffe laag verbloemd alle glans. “Ja, ik heb geleefd”, zegt hij zoals mannen van dit kaliber het zo heerlijk clichématig kunnen uitdrukken. De precieze belevenissen zijn niet aan de orde want hij weet niet eens meer wat hij allemaal heeft meegemaakt. Spijt heeft hij in ieder geval van geen enkele beslissing, zegt hij. Maar zomaar vertellen over zijn leven wil hij niet: “Er komen zo vaak mensen naar me toe. AT5, andere journalisten. “Die jongens kennen me allemaal”, zegt hij groots. “Maar echt naar m’n verhaal luisteren is er niet bij.” Hij heeft ze wel door, die journalisten en het is duidelijk dat hij zijn biografie niet leent voor entertainment. Want zijn verhaal, dat zou een heleboel mensen ontroeren. Zijn leven is net een film, verklapt hij me vanonder zijn hoed om mijn nieuwsgierigheid op te wekken.

Plots is zijn blik afgeleid als uit de verte een mogelijk nog sjofelere figuur komt aansjouwen. Van verre is te zien dat het bier hem vandaag al vroeg heeft gegrepen. Toch is het waarschijnlijker dat zijn wazige blik en onverzorgde uiterlijk het gevolg zijn van de jaren na Woodstock. Een tijd waarin hij ongetwijfeld dagelijks heeft geprobeerd het festival in zijn huiskamer na te bootsen. Iwan begroet hem met een ferme slag op de schouders en een handdruk tegen de borst, zoals rappers dat doen. Grappig dat de wereld met al z’n vooruitgang en nieuwe gebruiken volledig aan deze twee voorbij lijkt te zijn gegaan, maar dat de gangstergroet ze wel heeft bereikt. De begroeting lijkt daarom wat theatraal, niet hun stijl. Maar ik vermoed dat mijn aanwezigheid wellicht van invloed is op deze stoere omhelzing.

“Dit is m’n broertje” zegt Iwan, terwijl hij de gebogen schouders van zijn metgezel nog iets verder naar voren duwt. En, hoewel dat door grote uiterlijke verschillen nog wel een discussiepunt zou kunnen zijn, krijg ik het vermoeden dat ik er geen grappen over moet maken. “Deze mevrouw gaat mijn verhaal neerpennen.” Zegt hij, alsof hij me al jaren kent en me eindelijk heeft overgehaald. Blijkbaar ben ik geen journalist voor hem, wat een hele geruststelling is want dat wil ik ook niet zijn voor Iwan. De gezichtsuitdrukking van zijn ‘broer’ verraadt niet of hij content is met dit nieuws maar Iwan lijkt zijn zwijgen als een goedkeuring te ontvangen. Hun relatie beperkt zich duidelijk tot korte gesprekken en ik vermoed dat de stille Iwan nog het hoogste woord voert. Het moet mooi zijn om samen zo te kunnen zwijgen.

Iwan staart naar de straat alwaar een kapotte scooter alle terrasjes opschrikt met z’n kabaal. Hij geeft geen kick. Zijn stoïcijnse houding is niet gespeeld, hij is werkelijk niet heel ontvankelijk voor prikkels uit de echte wereld. Z´n gedachten lijken ontdaan van een mening of een visie en ik begin erg benieuwd te raken naar de oorzaak van zijn misère. Het is duidelijk dat verdovende middelen een straatmuzikant van hem hebben gemaakt, maar de dofheid in zijn ogen komt ergens anders vandaan. Alhoewel, muzikant. Ik betwijfel of de snaren er door intensief gebruik af zijn gevallen. Kijkende naar de foto’s zal dit ook het werk van de tijd zijn. Zelfs bij het Leger des Heils zouden ze hem wel van een functioneler instrument kunnen voorzien als hij daarmee zijn centen kan verdienen, hij is geen muzikant en de gitaar is geen instrument. Er is meer aan de hand en zijn mooie woorden ‘Ik heb geleefd’ zijn in tegenstelling tot een boel andere dingen die Iwan beweert geen grootspraak.

“Ja”, zegt hij wijzend op een foto op zijn gitaar waar ik gebiologeerd naar kijk, “Dit is mijn dochter”. Z’n ogen lichten op en zo lijkt de verregende foto van een knappe donkerharige vrouw zijn laatste houvast te zijn aan de werkelijkheid. “Ze woont in Canada. Net als ik vroeger. Daarom zie ik haar weinig.” Dat hij hiermee waarschijnlijk nooit bedoeld snapt zelfs Ozzy Osbourne naast hem. En deze geeft hem dan ook een goeie klap op de schouder terwijl hij duidelijk probeert te verhullen dat het een bemoedigend gebaar is. De opmerking beantwoordt mijn vraag en activeert de journalist in mij, maar ik hou me in. Ik wil me aan mijn woord houden en heb nu geen pen. Dit verhaal is voor later, als ik zijn geschiedenis echt opschrijven kan.

Als ik opsta de volgende dag opsta ben ik brak. Natuurlijk. Ik was jarig en heb gefeest. Ik denk terug aan de vorige avond. Mijn verjaardag, een feest, te veel bier en goede gesprekken, lange gesprekken. Ohja, met Iwan, aan het begin van de avond. Fascinerend was het. Volgens mij heb ik iets met hem afgesproken. Niet echt een plaats en tijd maar meer een ‘ooit’.

Dat hoeft dus niet vandaag te zijn. Maar gewoon als ik hem weer tegenkom. Nuchter en als ik een pen bij me heb.

Het duurt lang voordat ik Iwan weer zie.  Ik fiets door de stad en hij zit op bankjes. Hij staart voor zich uit en wacht tot de nacht hem weer wat dronken studenten brengt om mee te praten. Denk ik. Het duurt nog langer voordat hij mij weer ziet, of eigenlijk gebeurt dit nooit. Dus ik fiets door. Ik troost me met de gedachte dat Iwan het zelf ook vast soort van vergeten is, dat iemand z’n verhaal zou opschrijven.

Zo blijft Iwan gewoon Iwan, welk verhaal er ook achter hem schuilt. Alleen die ene snaar, die maar op zijn gitaar blijft zitten, is zijn laatste houvast aan een leven dat geleefd is.

Dag Iwan.

 

 

Advertisements

Het stond geschreven

Hij had het allemaal opgeschreven. De dagen dat de post niet was gekomen. Dat de trein vertraging had. Hoe laat hij elke dag thuis was. Het was een hobby, onschuldig. De details waren belangrijk voor hem. Weinig mensen begrepen het. Zijn vrouw ‘had er mee leren leven’ zoals ze altijd zei. Zijn kinderen negeerden zijn obsessie gewoon. Daar had hij dan weer mee leren leven.

Het begon met een paar schriften per jaar. Maar, zeker toen hij met pensioen ging, werden dat er steeds meer. Zijn boekenkast werd met steeds meer details gevuld. Praten over zijn hobby deed hij weinig. Stiekem was hij best trots op zijn werk, maar het delen met de buitenwereld vond hij moeilijk. Omdat hij dacht dat niemand hem begreep. Verbaal was hij ook gewoon niet zo sterk. Juist daarom schreef hij alles op.

Hij zou zijn hobby wel willen delen en hij zou er waarschijnlijk uren over kunnen praten. Maar ja, het was zo moeilijk uit te leggen. “Wat schrijf je toch allemaal op?” Vroegen zijn vrienden. Of: “Wanneer komt the best of een keer uit?” Hij stuitte vaak op onbegrip maar dat deerde hem niet. Het was zijn hobby. Ieder zijn ding toch?

Toen zijn vrouw daarom ook ineens voor hem stond om te vertellen dat ze er eigenlijk niet zo’n zin meer in had was hij dan ook best verbaasd. Ze had er immers al 32 jaar 4 maanden en 2 dagen geen last van gehad. En toen, zomaar, op die koude dinsdagavond, was het dus ineens genoeg. Het paste niet in het patroon, maar dat gebeurde wel vaker. Daarom schreef hij het allemaal op, om vast te houden aan de orde.

Ze zei eigenlijk niet veel. “Ik kan er niet meer tegen.” Zei ze. Zes woorden. “Waartegen?” Vroeg hij. “Tegen jouw ‘hobby’”, zei ze. Ze sprak het een beetje spottend uit: “hob-by”. Dat had hij heus wel door. “Oh”, zei hij. Meer kon hij er ook eigenlijk niet van maken. Hij wilde wel van alles zeggen, maar hij had geen idee wat. Hij wilde een paar oude schriften raadplegen want daar stond de verbale wijsheid in die hem nu ontbrak. “Die schriften eruit of ik.” Zei ze ineens. Dat opzoeken ging dus niet door, dacht hij. Ineens stond hij voor een beslissing. Een hele moeilijke. Hij zou niet weten wat hij moest zonder zijn vrouw. Maar zonder zijn schriften was alle orde verdwenen. Een lichte paniek maakte zich van hem meester.

Het was duidelijk dat hij nu aan zet was om wat te zeggen. “Mag ik er over nadenken, liefste?” Was alles wat hij kon bedenken. Dit viel niet zo goed. Hij zag het aan haar ogen. “Als je hier over na moet denken”, zei ze kil. “Dan heb je volgens mij je beslissing al gemaakt.” Dit was niet waar. Maar een discussie leek er op dit punt niet echt in te zitten. Hij legde zijn schrift neer en keek zijn vrouw verdrietig aan. Voor haar deed hij uiteindelijk alles. “Ik wil je niet kwijt”, zei hij. “Maak dan de juiste keuze”, zei ze en liep weer terug naar de keuken.

Die avond stond er niks op tafel. Hij wilde het opschrijven maar moest zich inhouden. Na een tijdje stond hij op en liep naar de keuken om te kijken waar zijn vrouw was. Ze was er niet. Hij liep naar boven, naar de kelder en keek zelfs in de tuin. Ze was verdwenen. Hij voelde zich leeg en verslagen. Hij had nog niet eens een beslissing gemaakt. Hij boog zich over het aanrecht en zag toen het briefje. ‘Ik ben naar mijn zus en kom pas terug als jij of je schriften zijn verdwenen.’

In zijn studeerkamer ging hij eerst staan en daarna maar zitten voor de enorme boekenkast. De kast die alles herbergde waar hij in het leven over na had gedacht. Hoe kon hij dit weggooien? Hij zocht in zijn hoofd naar een oplossing maar kon niks vinden. Voor dit soort problemen keek hij altijd in zijn schriften. Hij wist wat hij moest doen. Wat zijn vrouw wilde dat hij deed. Het deed pijn. Dit is het afscheid dacht hij. Hij had niet gedacht dat dit moment ooit zou komen. Zo voelt dat dus.

Nu ze er toch niet was kon hij nog wel een keertje bladeren. Nog één keertje naar zijn levenswerk kijken. Daarna zou hij alles in dozen stoppen. Hij zou haar bellen om terug te komen. Dan kon ze hem gelijk helpen de dozen naar beneden te tillen. Dan wist ze ook zeker dat hij het meende. Hij wist dat hij bij zijn vrouw niet met ‘ik doe het morgen’ moest aankomen. Zeker nu niet.

 

1996
Dinsdag 23 maart, 17:56.
Duivendrecht – Woerden: 5 minuten vertraging.
5 minuten later thuis.
5 minuten minder thuis.
5 minuten minder bij haar.

2002
Vrijdag 8 september, 13:05.
Post op tijd bezorgd.
De eerste keer deze maand.
3 uitnodigingen.
3 keer die glimlach.

Zondag 27 januari 2014, 21:09.
Geen avondeten.
Eerste keer sinds 7 maart 2005.
30 jaar samen.
Al 30 jaar geen zorgen meer.

“Nou, laten we maar gelijk beginnen.” Zei zijn vrouw terwijl ze haar mouwen opstroopte. Hij had afscheid genomen van zijn werk, haar gebeld en ze was teruggekomen. Het was duidelijk dat dit voor haar een opluchting was. Dat zag hij in haar ogen. Ze had besloten dat dit beter was voor hem en voor haar. En meestal had ze wel gelijk, dat begreep hij na al die jaren huwelijk wel.

De steile trap maakte het tillen een lastig karwei. Het was dan ook geen verassing dat zijn vrouw na doos drie de laatste tree miste en languit op de vloer belandde. Hij liet alles uit zijn handen vallen en probeerde wanhopig de bloederige wond op haar voorhoofd te stelpen.

Hij tilde haar naar de bank en liet haar daar met een glaasje water even bijkomen terwijl hij de verbanddoos ging zoeken. Waar lag dat ding ook alweer? Dit soort dingen deed zij altijd.

Toen hij weer benden kwam stond zijn vrouw huilend op. Ze viel hem om zijn nek en het leek een eeuwigheid te duren voordat ze weer losliet. Een zware hersenschudding, het kon niet anders, dacht hij terwijl hij haar stevig vasthield. “Laten we je schriften maar weer naar boven brengen.” Zei ze snikkend. Hij begreep er niks van, het ging niet goed met haar.

Op tafel lagen een paar bebloede blaadjes uit het schrift dat hij tegen haar hoofd had geduwd. De tekst was nog duidelijk leesbaar.

 

 

Create a free website or blog at WordPress.com.

Up ↑